Stilleven met vruchten, noten en kaas
Floris Claesz van Dijck (Delft 1574 - Haarlem 1651)
1613, paneel 49,1 x 77,4 cm
Ze lijken net echt, de brokkelige kazen, de appels, het glas met wijn, de afhangende appelschil, het dof glanzende tinnen bord. Floris van Dijck laat zien dat hij een meester was in het uitbeelden van verschillende materialen. Schrevelius verwoordde het in de 17de eeuw zo: ‘hier hebt gij Floris van Dijck, die met zijn konstpenseel de beluste vrouwen, ja ’t gevogelte zou kunnen lokken en verschalcken.’
In het verleden zijn er verschillende betekenissen toegekend aan dit stilleven. Het zal wel geen toeval zijn dat de diverse etenswaren op het schilderij de vier smaken vertegenwoordigen: de appels zijn zuur, de noten bitter, de kazen zout en de druiven zoet. De twee opgestapelde kazen roepen bovendien een oud-Hollands gezegde in herinnering: zuivel op zuivel, dat haalt je de duivel. Twee lagen zuivel op elkaar, meestal boter en kaas, werd gezien als overdadige luxe. Zo kan dit stilleven geïnterpreteerd worden als een vermaning tot soberheid – iets wat de calvinistische Hollanders van toen bijzonder aansprak.
Of de schilder die betekenis in het schilderij heeft willen verwerken, is niet meer te achterhalen. Het kan ook zijn dat hij gewoon een gangbare combinatie van etenswaren schilderde. En wat de grote kazen betreft, die zo in het oog springen: kaas was – ook in de 17de eeuw – een belangrijk exportproduct van Nederland