Tineke Schouten over De kunst van het lachen

8 februari 2018
Milan van Dril

Het museum nodigde drie cabaretiers en humoristen uit om hun licht te laten schijnen over de tentoonstelling De kunst van het lachen in het bijzonder en over humor in het algemeen. In deze serie is de beurt nu aan niemand minder dan Tineke Schouten.

Tekst: Job de Wit

Op weg naar een show in IJmuiden ging cabaretveteraan Tineke Schouten langs bij de tentoonstelling De Kunst van het Lachen. Ze liet zich rondleiden door directeur Ann Demeester, die haar alles vertelde over de achtergronden en half-verborgen betekenissen van de schilderijen.

Wat vond je van de tentoonstelling? Heb je er om kunnen lachen?
Ik vond het leuk, heel boeiend! Ik zie de humor wel. De uitleg was ook goed, dan begrijp je ineens waar het over gaat. Het is niet dat je moet schaterlachen, maar ik heb zeker geglimlacht. Het geeft een beeld van hoe het er 400 jaar geleden aan toeging. De huishoudens van Jan Steen vind ik altijd wel boeiend. Met al die kinderen en ouderen en tandelozen ga je bijna denken: waartoe zijn wij op aarde, waar moet je je geluk uit halen? Het leven was harder vroeger.

Door middel van humor kon men zich destijds gerespecteerd maken in voorname kringen, en aangenaam in gezelschap. Denk je dat dit nu nog steeds geldt?
Dat is zeker zo. Humor is op het moment erg in. In elke quiz of tv-programma moet humor zitten. Ik kijk nauwelijks tv, maar het valt me wel op dat het altijd over seks moet gaan, of elkaar een beetje naar beneden halen en inspelen op de onzekerheden of tekortkomingen van de mensen.

Bestaat er typisch Nederlandse humor?
Ik vind de Nederlandse humor best een beetje brutaal. Er moet veel kunnen. Nu doen de Amerikanen dat momenteel eigenlijk nog meer en de Engelsen, die hebben bijvoorbeeld veel zelfspot. Deze tentoonstelling neigt meer naar het regenachtige, koude, sombere leven met tekortkomingen, waar je dan maar het beste van moet zien te maken.

Wat vond je typisch Nederlands aan deze schilderijen?
Nederlanders staan bekend als koopmansvolk dat de wereld overgaat. Wij gaan makkelijk even naar Amerika of Engeland en zetten overal onze stempel. We zijn best brutaal eigenlijk. Dat herken ik wel een beetje in deze schilderijen. Je ziet nergens verlegen of timide mensen, maar juist: ondernemersvolk!

In hoeverre herken jij jouw eigen humor in de humor van toen?
Ik houd erg van relativeren en mijzelf te kakken te zetten. Daarom begrijp ik die Frans Hals wel. Hij zal wel aanzien gehad hebben, maar hij haalt zichzelf naar beneden. Ik houd ook wel een beetje van de volkse humor, hoewel ik in het dagelijks leven heel rustig ben. Ik heb altijd zangeres willen worden en ik zing ook heel veel mooie liedjes. Dat is iets wat men niet vaak weet, want mijn vaste trouwe publiek wil graag mijn grove, platte Utrechtse types. Zelf zou ik bij wijze van spreken nooit praten over poep of pies of het woord neuken gebruiken, terwijl mijn Utrechtse types dat wel doen. Dus ik herken die vrijmoedigheid wel.

En die werkt nog steeds.
Ik denk het wel, het is eigenlijk heel hedendaags. Ik denk niet dat er heel grote verschillen zijn. We zijn geciviliseerder geworden. We douchen lekker elke dag en we gaan naar goede tandartsen, maar ik kom nog wel mensen tegen in bepaalde wijken die eigenlijk een paar eeuwen achterlopen.

Hoe belangrijk is het om als cabaretier met je tijd mee te gaan en hoe zorg je ervoor dat je humor niet gedateerd raakt?
Ik weet het niet. Iedereen heeft een stijl. Ik speel graag mensen die je herkent: oh, mijn tante, oh, de mannenverslindster. Ik zit nu bijna veertig jaar in het vak en ik merk dat vrouwen van dertig veel meer grove taal durven gebruiken. Zo ben ik niet opgevoed en ik weiger daar naar om te buigen. Ik ben moeder van dochters van in de dertig, die trouwens ook heel geciviliseerd zijn.

Hoe verschillen je shows van vroeger met die van nu?
Niet veel. Ze zijn sneller, dat wel. Mijn sketch over 06-lijnen van twintig jaar geleden, één van mijn bekendste, kan morgen zo weer. Behalve dat ze nu de mensen aan een computer zou bedienen in plaats van aan drie telefoons. Maar je zou nog net zo dom kunnen zijn. Of de domme caissière. Je hebt niet meer die ellenlange codes die je moet intypen want je haalt het langs de blieper, maar dat was een dijk van een sketch over een snelkassa die oeverloos duurt. Een lied als ‘Veel te Koop’ kan ook nog net zo, ik zou alleen het woord internet ergens erin moeten vlechten om het voor jonge mensen hedendaags te houden.

Wat is de kern van een goede 21e-eeuwse grap?
Waar ik niet zo van ben, maar wat anderen doen, is afzeiken. Ze kunnen van mijn humor zeggen dat het plat is of makkelijk. Maar je kunt iedereen laten lachen door iemand anders omlaag te halen, dat vind ik te makkelijk. Ik houd daar niet van. Roasting is nu hip onder jonge cabaretiers. Elkaar finaal afbranden, dat is nieuwe humor.

Wat voor invloed hebben maatschappelijk ontwikkelingen – en er zijn er een hoop geweest de afgelopen eeuwen – op wat mensen grappig vinden, waar ze om lachen?
Ik heb niet het idee dat er nou zo veel veranderd is. Dat relativeren van ellende zal altijd zo blijven. Humor is voor mij in eerste instantie lachen om tekortkomingen. Dat is nog precies hetzelfde.

Zou jouw publiek nu nog steeds lachen om de grappen die gemaakt werden in de zeventiende eeuw?
Het ligt er maar net aan hoe je het verpakt. Als je er een mooi verhaal om weet te brouwen, kan je de meest simpele grap vertellen. Er zijn misschien twee of drie soorten humor. Over seks, over dommigheid en over het afkraken van anderen om je heen.

En andersom: zouden onze voorvaders en –moeders van 400 jaar geleden kunnen lachen om de humor van vandaag?
Nou bij mij nog wel, misschien. Mijn Utrechtse types, jawel. Dat zijn de lekkere simpele van het volk en daar heb ik er altijd één of twee van. Bep lachebek met haar kunstgebit. Ik denk dat we vandaag de dag door het internet wel veel slimmer zijn. Een show schrijven is heden ten dage een stuk makkelijker dan 25 jaar geleden, toen we nog geen computer hadden. Rijmen deed je uit je hoofd. Ze toetsen in ‘de beste comedian van Amerika’, schrijven een paar leuke onderwerpen over en kunnen het zo nadoen. En alles is ook al een paar keer gedaan, ook dat wel. Je roert allemaal in dezelfde pot.

In de schilderijen is beeldspraak veelal gebaseerd op uitdrukkingen. Veel van deze uitdrukkingen worden tegenwoordig nog gebruikt. Welke rol speelt taal in het ontwerpen van een goede grap?
Taal is heel belangrijk. Als een grap na een aantal weken volmaakt is, merk ik dat de grap waar iedere avond driedubbel om gelachen wordt na één versprekinkje al weer weg is. Je moet er ook muzikaal voor zijn. Ik zong in alle talen: Hebreeuws, Iers, Spaans en ik schreef Franse chansons. Maar omdat ik zo goed dialecten en stemmetjes kon nadoen, ging ik mensen imiteren. Dat Utrechts was meer een grap, ik sprak dat niet van huis uit. Als ik het nu terugzie, deed ik het de eerste jaren niet eens goed. Het was nog te netjes.

Waarin onderscheidt Nederlandse humor zich van buitenlandse?
We zijn vooruitstrevend. We zijn een klein landje maar we gaan de hele wereld over. We passen ons makkelijk aan als we er beter van kunnen worden. Ik denk dat onze humor makkelijk te vertalen is naar het buitenland, mijn soort shows wel. Ik doe het niet, want ik heb mijn handen vol aan dit land. Ik heb mij suf gewerkt. Altijd maar door. Ik ben druk genoeg. Maar mijn stiefzoon in Boston zegt wel: kom hier. Die domme caissières heb je daar ook.

En zijn de Nederlanders nog steeds een vrolijk volkje zoals een Italiaanse correspondent in de 17e eeuw over ons opmerkte?
We zijn wel optimistisch! Doorzetters! En vrolijk ook. Daar hebben we ook alle reden toe. Het gaat goed in dit land. Je hebt natuurlijk altijd veel zeurkousen. We houden ook van zeuren.

Het schilderij De liedjeszangeres van Gerard van Honthorst, waarin een luid zingende oudere vrouw spottend wordt afgebeeld, sprak je het meest aan.
Omdat het heel simpel is. Vaak zit hem de kracht daar in. Het is een vrouw die een modern lied zingt. Ik denk nog dat ik Shakira kan doen, haha. Dat deed ik twee jaar geleden nog! Ik kon precies die stem nadoen en ik had een prachtig pak, het was helemaal strak. Ik vond het zelf heel goed. Maar misschien dat jonge mensen denken, nou, dat moet die vrouw toch niet meer doen. Ik laat me liever terugfluiten dan dat ik voor schut sta. Ik vind het heel triest en tragikomisch hoe mensen die te goeder trouw dromen in al die Voice-programma’s te kakken worden gezet. Het is zo gemeen en slecht en toch zitten we voor de buis om een paar van die missers te zien. Ik zal daar niet om lachen.

Wat was er van jou geworden als je 400 jaar eerder was geboren?
Zo’n herbergiersvrouw, denk ik. Met zo’n open kan. Iedereen mag bij mij langskomen: kom eten, drinken. Koken kan ik alleen niet.

Begunstigers

  • Bank Giro Loterij
  • Mondriaanfonds
  • Haarlem