Youp van 't Hek over De kunst van het lachen

26 januari 2018
Milan van Dril

Het museum nodigde drie cabaretiers en humoristen uit om hun licht te laten schijnen over de tentoonstelling De kunst van het lachen in het bijzonder en over humor in het algemeen. In deze serie is de eerste beurt aan niemand minder dan Youp van 't Hek.

Tekst: Job de Wit

Cabaretier Youp van ’t Hek staat al 45 jaar op het podium en heeft als geen ander een antenne voor waar Nederland om lacht. In zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad legt hij geregeld zijn vinger op de zere plekken in de samenleving. Hij liet zich onlangs door onze conservator Jasper Hilligers rondleiden langs de tentoonstelling ‘De Kunst van het Lachen. Humor in de Gouden Eeuw.’

Wat vond je van de tentoonstelling, heb je erom gelachen?
Bij een hoop uitleg dacht ik: het zal wel bij een studie kunstgeschiedenis horen. Zo’n Gerard Dou die door een raampje naar binnen kijkt waarmee wordt aangegeven dat het schilderij ook een grap is… Volgens mij was Gerard Dou gewoon een ijdele lul die zelf ook in beeld wilde. Vaak was de betekenis van de schilderijen eerder erotisch.

In hoeverre herken jij jouw eigen humor in de humor van toen?
Niet.

Zijn er aspecten uit de grappen van toen die niettemin nog steeds werken?
De platte grap, waar ik zelf niet vies van ben. Of het rechtstreeks dingen zeggen, daar houd ik ook wel van. En een aantal mensen vindt mij daarom ook niet zo leuk, haha.

Bestaat er typisch Nederlandse humor?
Dat rechtstreekse is duidelijk anders dan Engelse of Duitse humor. Maar ook daarbinnen heb je allerlei aspecten. Als je de grote drie van vroeger neemt, Toon Hermans, Wim Kan en Wim Sonneveld, dan zijn dat drie totaal verschillende types. Wat Ronald Goedemondt en ik tegenwoordig doen ligt ook een heel end uit elkaar. En wat Theo Maassen doet ligt ook weer een kilometer verder. Maar het is wel heel Nederlands wat wij doen: niet te lang om de hete brij heen draaien.

Is het belangrijk dat je als cabaretier met je tijd meegaat en hoe zorg je ervoor dat je humor niet gedateerd raakt?
Dat lijkt me wel! Kijk, je gaat met je generatie mee. Vroeger was mijn publiek van mijn leeftijd, nu zijn ze 40+. Maar je moet wel aangeven wat er aan de hand is. Je moet alles volgen. Naar de televisie kijken, de kranten lezen, boeken lezen. Ik praat met mijn kinderen, ouwehoer met mijn vrienden. Je moet volop in het leven staan. Je moet het met een hoop dingen eens zijn en het met een heleboel niet eens zijn. En dat op een beetje grappige manier zeggen.

Wat voor invloed hebben maatschappelijk ontwikkelingen – en er zijn er een hoop geweest de afgelopen eeuwen – op wat mensen grappig vinden, waar ze om lachen?
Maatschappelijke ontwikkelingen hebben invloed op alles. Neem de nieuwe tv-serie De Luizenmoeder, dat is zo ongelooflijk geestig en dat gaat zo ontzettend over nu. Zo zit humor in elkaar.

Wat is de kern van een goede 21e-eeuwse grap?
De kern van een goede grap is dat er een beetje auw in zit, een beetje zuur. Als je met een citroen over je arm gaat, voel je waar het wondje zit. Dat moet ook met humor zijn. Waar lach je nou om? Dat is zo ingewikkeld. Ik ben daar ook niet zo’n theoreticus in. Ik schrijf een column, ik maak een stukje en de ene keer gaat het beter dan de andere keer, dat weet ik zelf ook wel. Maar ik kan niet zoals de conservator tijdens de rondleiding aangeven waar de kern van de grap zit.

Zou jouw publiek nu nog steeds lachen om de grappen die gemaakt werden in zeventiende-eeuwse kunst?
Nee, dat denk ik niet. Ja, wél als ik er over ga vertellen. Ik denk dat ik er wel een vrij geestig verhaal van kan maken dat een museum deze tentoonstelling heeft gemaakt, met zo’n dikke catalogus erbij.

En andersom: zouden onze voorvaders en –moeders van 400 jaar geleden iets snappen van de humor van vandaag?
Nee, die hebben te lang onder de grond gelegen. Mijn vader heeft de telefoon en de auto zien komen en de elektriciteit. Mijn ooms zijn allemaal in de Jordaan geboren. Als die vroeger vertelden over hoe de Jordaan eruit zag, alleen al hoe ze blokken ijs moesten halen, en mijn opa die elke dag naar de barbier ging—prachtige verhalen, maar een totaal ander leven.

In de schilderijen is beeldspraak veelal gebaseerd op uitdrukkingen. Veel van deze uitdrukkingen worden tegenwoordig nog gebruikt. Welke rol speelt taal in het ontwerpen van een goede grap?
Een hele grote. Je moet een grap goed vertellen. Taal is heel belangrijk. Taal moet meegaan en meedoen en meespelen. Sommige taal mag ineens niet meer, daar kan je ook weer grappen over maken. Een conference over de taal die niet meer mag, bijvoorbeeld. Dus alle woorden die je zou willen gebruiken en opeens in 2018 niet meer kunnen, terwijl ze in 2016 geen enkel probleem vormden.

Het leukste werk in de tentoonstelling vond je de trompe l’oeil van het kindje met het bord pap dat op de poepdoos zit.
Ja, die was zeer goed gelukt. Die zou ik heel graag aan mijn kleinzoon laten zien. Ik moest er wel om lachen, en ik vond het ook knap hoe dat was gemaakt.

Waren er nog andere schilderijen die je zijn bijgebleven?
De schilderijen zijn natuurlijk heel mooi. Die Jan Steen kon het wel. Die Gerard Dou ook. Maar wat de conservator erin zag, dat zag ik allemaal niet. Ik merkte ook aan mijzelf dat ik nooit zo naar kunst kijk. Ik kijk gewoon en denk, hé, mooi. Of: knap gedaan. Ik vond de karakters vaak heel mooi weergegeven. De ijdelheid zie je vaak goed. Je ziet de villeinheid van de schilders er doorheen. Maar al die stripverhalen zag ik er niet in.

Zijn de Nederlanders nog steeds een vrolijk volkje, zoals een Italiaanse correspondent in de zeventiende eeuw over ons opmerkte?
Nou, dat weet ik niet. In de Tweede Wereldoorlog hebben wij de meeste joden verraden. We zijn een redelijk hypocriet volkje. Je ziet op die schilderijen dat er altijd wel een hoop alcohol bij moet, willen ze het leuk hebben.

Wat was er van jou geworden als je 400 jaar eerder was geboren?
Dan had ik ditzelfde verhaal staan kakelen op het dorpsplein, denk ik. Misschien was mijn kop er al lang afgehakt. Dat een boerenpummel of een graaf had gezegd: pak die kleine dikke even op en doe die eens weg.

Begunstigers

  • Bank Giro Loterij
  • Mondriaanfonds
  • Haarlem