Satire en vermaak
Het genrestuk in de tijd van Frans Hals
20 september 2003 t/m/ 4 januari 2004Van 20 september 2003 tot en met 4 januari 2004 was in het Frans Hals Museum een tentoonstelling te zien van genrestukken van Frans Hals en zijn tijdgenoten.
Het dagelijks leven in de Gouden Eeuw is op talloze schilderijen vastgelegd. Dergelijke ‘genreschilderijen’ van feestvierende boeren, vrolijke gezelschappen en kinderen die kattenkwaad uithalen, vormen voor velen het aantrekkelijkste deel van de 17de-eeuwse Hollandse kunst. Deze tentoonstelling laat daar tal van voorbeelden van zien. Het gaat om werken van Frans Hals en andere Haarlemse kunstenaars zoals Judith Leyster, Jan Miense Molenaer, Jan Steen, Adriaen Brouwer en Isack van Ostade. De dubbele bodem van veel van deze schilderijen krijgt alle aandacht: de voorstellingen bieden niet alleen vermaak, maar hebben vaak ook een moraliserende boodschap. Zij sporen aan tot matigheid, vroomheid en deugdzaamheid. Daarmee sluit de schilderkunst aan bij de literatuur en het toneel van die tijd.
Frans Hals
In de eerste jaren van zijn carrière schilderde Frans Hals naast portretten ook genrevoorstellingen voor de vrije markt. Deze werken hadden een belangrijke invloed op het werk van zijn tijdgenoten. De genrestukken van Hals lijken op portretten. Hij legt vooral de nadruk op de gelaatsuitdrukking van de figuren, die zeer levendig en realistisch overkomen. Zijn onderwerpen hebben een kluchtige, satirische ondertoon, vaak met verwijzingen naar de liefde of de kortstondigheid van de jeugd.
Kinderen
Een nieuw thema, dat door Frans Hals was geïntroduceerd, betrof voorstellingen van lachende, spelende kinderen. Vaak doen zij iets ondeugends of imiteren ze slecht gedrag van volwassenen, zoals te zien op het schilderij ‘Twee lachende kinderen met een drinkkan’ uit het Hofje van Aerden in Leerdam. Judith Leyster en vooral Jan Miense Molenaer – die ook korte tijd leerling van Frans Hals was – schilderden een aantal geestige voorbeelden daarvan. Molenaer had er veel succes mee. Ook schilderde Molenaer een reeks voorstellingen waarin het afkeurenswaardig gedrag van volwassenen aan de orde komt: verkwisting, onmatig eten en drinken, roken, kaart spelen en geld verbrassen in het gezelschap van lichtekooien.
Vrolijk Gezelschap
Een veelgevraagd thema was het ‘Vrolijke Gezelschap’, een van oorsprong Vlaams thema dat door Willem Buytewech en Dirck Hals, de jongere broer van Frans, verder werd ontwikkeld. Hun schilderijen tonen het gedrag van de onbezonnen jongelui die hun leven verdoen met drinken, vrouwen en feestvieren.
Boerengenre
Vanaf 1610 ontwikkelde zich in Haarlem het boerengenre. Adriaen Brouwer schilderde in navolging van Pieter Brueghel taferelen met vechtende, rokende en drinkende boeren en met kwakzalvers. Brouwer bracht het rauwe boerenleven in beeld. Adriaen en Isack van Ostade gingen door in deze traditie, maar vanaf ongeveer 1640 worden hun boeren minder ruw en onbehouwen voorgesteld.
Jan Steen
Toen Jan Steen zich in 1660 in Haarlem vestigde, nam hij de thema’s van de gebroeders Van Ostade over en verwerkte deze in grote schilderijen met veel figuren en een breed scala van kluchtige situaties. Jan Steen borduurde ook verder op de thema’s van Jan Miense Molenaer met onderwerpen als ‘zoals de ouden zongen pijpen de jongen’ en de amusante tafereeltjes met plagende jongens, schoolklassen en spelende kinderen. Op vrolijke feesten als ‘Sinterklaasavond’stelde hij de onmatigheid aan de kaak.
Kortom, Frans Hals en zijn tijdgenoten kozen de menselijke tekortkomingen vaak als onderwerp voor hun voorstellingen. De zeventiende-eeuwse beschouwer vond deze verhalende taferelen ongetwijfeld zeer amusant en begreep de moraliserende betekenis ervan. De moralisaties op deze schilderijen geven een goed beeld van de normen en waarden van onze zeventiende-eeuwse voorouders. Ook in veel toenmalige literatuur zit een vergelijkbare didactisch-moralistische boodschap, zoals in de embleemboekjes en gedichten van Jacob Cats en Johan de Brune en in de kluchten en blijspelen van Gerbrand Adriaensz Bredero en Constantijn Huygens. Zelfs in liedjes uit de toen immens populaire liedboekjes, zoals het Haerlems Liedtboeck, zit een moralistische ondertoon.
Catalogus
Bij de tentoonstelling verscheen een catalogus onder redactie van Pieter Biesboer, conservator van het Frans Hals Museum, met bijdragen van Karel Bostoen, Cynthia von Bogendorf Rupprath, Louis Grijp, Elmer Koflin en Martina Sitt. De bijdragen geven een overzicht van de thematische en stilistische ontwikkeling van het genrestuk in Haarlem. Er wordt aandacht geschonken aan de kunstmarkt en de produktie van genrestukken en er wordt ingegaan op de literatuur van Gerbrand Bredero en volksliedjes. De catalogus - 200 pagina's, afbeeldingen in kleur - € 27,50, werd uitgegeven door uitgeverij Waanders te Zwolle en is nog steeds te bestellen of te verkrijgen in de museumwinkel.
Sponsors
De tentoonstelling werd mogelijk gemaakt dankzij het HGIS-Cultuurprogramma van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Mondriaan Stichting, de M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, de Stichting K.F. Hein Fonds, de Stichting Dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds, de J.C. Ruigrok Stichting en de Stichting VSB Fonds. Publicaties







