Meet at

Haarlem

Repainting artworks

Om de gebruiksvriendelijkheid van onze site te optimaliseren, gebruiken wij cookies. Hiervoor hebben wij uw toestemming nodig. Lees meer hierover in onze privacyverklaring.

EN NL

Herontdekking Hals
Herontdekking Hals Herontdekking Hals



Vorige artikel

Kadernota 2018

Volgende artikel

Unieke nieuwe aanwinst Berckheyde

Théophile Thoré-Bürger

Frans Hals, Malle Babbe, 1633/35, Gemäldegalerie, Berlijn. Foto: Jörg P. Anders

Gustave Courbet, Malle Babbe (kopie naar Frans Hals), 1869, Hamburger Kunsthalle. Foto: Elke Walford

Delen

Dit jaar is het precies 150 jaar geleden dat Frans Hals (1582 – 1666) werd herontdekt en transformeerde van een 'losbandige dronkaard' tot een modern idool. In het najaar zal deze wederopstanding worden gevierd met de tentoonstelling Frans Hals en de Modernen over Hals’ impact op moderne schilders uit de tweede helft van 19e eeuw.

1868: het jaar dat Hals herrees

Mede veroorzaakt door de biografie over Frans Hals van kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken (De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, 1718-1721), waarin Hals werd geportretteerd als een schilder met losbandig gedrag die doorgaans dronken was, werd hij het merendeel van de 18e eeuw en de eerste helft van de 19e eeuw genegeerd door kunstcritici. Bovendien sloot zijn innovatieve schilderstijl met losse toets niet meer aan bij de geldende academische stijl van die tijd. Hals’ lichtzinnige levenswijze werd vaak in verband gebracht met zijn losse schilderstijl en werd als ‘slecht voorbeeld’ aan jonge kunstenaars gepresenteerd. Het gevolg was dat zijn schilderijen slechts weinig waarde toegekend kregen op de kunstmarkt en meer dan eens werden zijn schilderijen zelfs aan andere kunstenaars toegeschreven. In de meeste overzichtswerken van de Gouden Eeuw kwam hij niet voor.

Théophile Thoré-Bürger

Een Fransman ontdekt Frans

In de jaren 60 van de 19e eeuw kantelde het beeld van Hals radicaal en dat moet vooral op het conto van één man worden geschreven: Théophile Thoré (1807-1869). Deze Franse politiek journalist moest vanwege zijn steun aan de revolutie van 1848 het land ontvluchten en ging tijdens zijn ballingschap over kunst schrijven. In 1855 nam hij het pseudoniem W. Bürger aan, dat hij bleef gebruiken na zijn terugkeer naar Frankrijk in 1859. Hij is tegenwoordig vooral bekend om zijn herontdekking van Johannes Vermeer, maar zijn rol bij de wederopstanding van Frans Hals was evenzeer belangrijk. Hij zuiverde diens naam en zorgde ervoor dat er een ongekend grote belangstelling ontstond voor Hals’ werk, artistieke kwaliteiten, kunsthistorische betekenis en belang voor de moderne schilderkunst van die tijd, zoals Frances Jowell uitgebreid heeft aangetoond. In tegenstelling tot zijn voorgangers stelde Thoré-Bürger Hals’ virtuositeit en gedurfde penseelvoering juist ten voorbeeld aan de moderne kunstenaars. Daarmee had de aanprijzing van Hals een tweeledig doel: het rehabiliteren van een ten onrechte in de vergetelheid geraakt genie en het geven van een justificatie voor de onderwerpskeuze en schilderwijze van de moderne schilders van zijn eigen tijd.

Tijdens zijn ballingschap schreef Thoré-Bürger niet alleen veel over oude kunst, hij bestudeerde deze ook grondig en veelvuldig. Hij was een van de eerste kunstkenners die het in 1862 geopende Gemeentemuseum in Haarlem – de voorloper van het Frans Hals Museum – bezocht. Hij tekende de bezoekersboeken met zijn pseudoniem in 1863 en 1866. In dit decennium ging Thoré-Bürger in verschillende publicaties in op het werk van Hals, maar het waren vooral de 2 uiterst lovende artikelen voor het gezaghebbende kunsttijdschrift Gazette des Beaux-Arts die een grote impact hebben gehad. Ze verschenen in 2 afleveringen in maart en mei 1868, die in juni van dat jaar gebundeld werden gepubliceerd. In deze artikelen beschreef de Fransman de lange loopbaan van Hals en gaf een lijst van diens schilderijen die hij had weten te achterhalen in Europese verzamelingen, wat op dat moment geen sinecure geweest moet zijn. Ook ging hij uitgebreid in op de stijl en techniek van Hals en deed hij de insinuaties over zijn karakter af als laster.

Frans Hals, Malle Babbe, 1633/35, Gemäldegalerie, Berlijn. Foto: Jörg P. Anders

Hals’ schilderijen in Haarlem hebben veel indruk op Thoré-Bürger gemaakt. De 2 laatste regentenstukken van Hals van rond 1664, zag Thoré-Bürger als het toppunt van Hals’ kunnen: ‘Ik ken geen schilderijen die met zoveel elan zijn uitgevoerd, niet in het werk van Hals zelf, noch in dat van Rembrandt, in dat van Rubens, van Greco of enige andere hartstochtelijke schilder. De levensgrote figuren, gemodelleerd in brede, zwierige toetsen, steken in reliëf buiten de lijst uit. Het is prachtig en bijna beangstigend.’

De twee artikelen van Thoré-Bürger vormden het startschot voor de herwaardering van Hals en bracht een hernieuwde interesse voor zijn schilderijen op gang. De prijzen van zijn werk stegen razendsnel en ieder gerespecteerd museum en verzamelaar stond te popelen om een Hals te verwerven. In 1869 kreeg het Musée du Louvre in Parijs La Bohémienne geschonken. Het zal geen toeval zijn geweest dat Thoré-Bürger hier een jaar eerder uitgebreid over had geschreven, hij noemde het: ‘een meesterwerk geïmproviseerd in enkele uren van helder licht en goed humeur’. In 1871 kocht het Metropolitan Museum in New York een werk dat toentertijd aan Hals werd toegeschreven. De National Gallery in Londen kocht in 1876 haar eerste schilderij van Hals.

Pelgrimsoord Haarlem

Vrijwel tegelijkertijd herontdekten moderne schilders het werk van Frans Hals. Vele schilders – in het begin vooral Franse, maar al snel ook Duitse, Engelse en Amerikaanse – reisden honderden kilometers per stoomboot of stoomtrein naar Haarlem, dat zich als een waar pelgrimsoord voor kunstenaars ontpopte om het net geopende Gemeentemuseum te bezoeken en werk van Hals te bewonderen – zelfs te aanbidden. Edouard Manet bezocht het museum in 1872 en kopieerde de regentessen van Hals. Max Liebermann bezocht het museum verschillende keren in onder meer 1872 en 1879 en maakte minstens 10 kopieën van schilderijen van Hals. Ook Mary Cassatt (1873) en John Singer Sargent (1880) hebben de overgeleverde bezoekersboeken van het Gemeentemuseum gesigneerd en kopieën van onder meer de schuttersstukken gemaakt. Gustave Courbet kopieerde Hals’ Malle Babbe in 1869, niet lang nadat dit schilderij door Thoré-Bürger was geïntroduceerd.

Gustave Courbet, Malle Babbe (kopie naar Frans Hals), 1869, Hamburger Kunsthalle. Foto: Elke Walford

Veel van deze kunstenaars bespraken de impact die de schilderijen van Hals hadden op hun eigen ontwikkeling in brieven, autobiografische aantekeningen en lezingen, waardoor we goed op de hoogte zijn van hun omgang met het werk van Frans Hals. Vincent van Gogh schreef aan zijn broer Theo: ‘Wat is het een genot zo’n Frans Hals te zien, wat is ’t heel iets anders dan de schilderijen – er zijn er zóó veel – waar zorgvuldig alles op dezelfde wijze is gladgestreken.’ De modernen waren onder de indruk van Hals’ losse toets en ruwe schilderstijl.

De tentoonstelling Frans Hals en de Modernen in het najaar richt zich op de wederopstanding van Frans Hals en belicht de impact die de schilderijen van Hals hadden op de moderne schilders. In ruim 70 werken wordt het belang van Frans Hals getoond door de werken van de modernen naast die van hun zielsverwant te plaatsen. Hierdoor kan de kijker ontdekken hoe zij schilderkunstig op het werk van Hals reageerden en hoe buitengewoon vernieuwend en modern Frans Hals is.

Lees hier meer over de tentoonstelling Frans Hals en de Modernen.

Ontdek meer nieuws

Game 3 of 3

Dislike
Frans Hals

Koos Breukel

Jan van Scorel

Guido van der Werve

Maerten van Heemskerck

Drag & drop if you like

or dislike it

Go on! Drag me around!

Are you sure?!

I don't like him either

He doesn't like you I'm afraid

Meet at Frans Hals!

Game 1 of 3

lock
lock

Game 2 of 3