Frans Hals

Frans Hals (Antwerpen ca. 1582 – Haarlem 1666)

Meester van de losse toets

In de zeventiende eeuw lieten zelfbewuste, rijk geworden burgers zich graag portretteren. Een portret moest niet alleen goed gelijken maar ook de sociale status van de persoon weergeven.

Regenten lieten zich ook graag vastleggen in groepsportretten waarin hun burgerzin tot uiting kwam. Frans Hals kreeg vijf keer de zeer belangrijke opdracht om een schuttersstuk te maken. Het lukte hem als geen ander de schutters tot een levendige groep samen te smeden. Hals wekt in zijn schuttersstukken de suggestie dat het schilderij een momentopname is en we even binnen komen.

Hals koos ervoor om een schilderij niet glad af te werken, zoals ongeveer al zijn tijdgenoten dat nog deden, maar probeerde er ‘leven’ in te houden. Aangezien leven te herkennen is aan beweging, zorgde hij ervoor dat de beschouwer van zijn werk de indruk krijgt dat de persoon op het portret in beweging is. Met losse toetsen zette hij trefzeker zijn opdrachtgevers neer.

Hals had een enorme durf, grote moed en virtuositeit, en beschikte over een groot vermogen om zijn handen terug te trekken van het doek (of paneel) zodra de afgebeelde persoon er wat hem betrof levend en wel op stond. ‘Een on onghemeyne (ongewone) manier van schilderen, die hem eyghen is, bynae alle (iedereen) over-treft’, schreef zijn eerste biograaf Schrevelius in de zeventiende eeuw over Hals’ werkwijze. Dat het werk van Hals ook in de negentiende eeuw nog grote invloed had, blijkt uit de bezoeken die impressionisten als Claude Monet, Gustave Courbet en Eduard Manet speciaal aan Haarlem brachten om de portretten van de regenten en regentessen van het Oude mannenhuis uit 1664 te kunnen bewonderen.

Begunstigers

  • Bank Giro Loterij
  • Mondriaanfonds
  • Haarlem